INDO ... In Nederland Door Ontwikkelingen (copy)

INDO ... In Nederland Door Ontwikkelingen (copy)

Beter is het, geheel blind te zijn, dan een zaak van slechts één kant te bezien... een Indische spreuk die veel stof doet opwaaien. Het staat niet voor het ontkennen of wegkijken... maar juist om beide kanten van het verhaal te kennen. Want elk conflict kent immers twee kanten. Hoe toepasselijk is het dat juist in de laatste jaren pas wat meer duidelijkheid komt in de kwestie van Nederlands-Indië. Veelal verschenen er mooie verhalen in verschillende romans, maar inhoudelijk bleef het heel erg lang stil.  Er wordt stilgestaan bij 17 augustus 1945, de dag waarop Indonesië zich onafhankelijk verklaarde van de Nederlandse kolonisator. De datum gaf aanleiding tot een aantal jaren van gewelddadige ingrepen. Deze jaren leiden nog altijd tot onbegrip. Na 400 jaar Nederlandse koloniale bezetting erkende ons land de onafhankelijkheid pas op 27 december 1949. In juni verscheen er een opiniestuk in Trouw over het ontbreken van de schaduwzijde in de geschiedenis canon.  

Het Nederlands-Indisch schaduwverleden zat 70 jaar in de doofpot. Nog steeds beperkt onderzoek zich vooral tot excessen tijdens de Indonesische onafhankelijkheidsoorlog 1945-1949, waarbij overigens 106.000 doden vielen. 

Sukarno leest de onafhankelijkheidsverklaring voor 

 

Het heeft mij verbaasd dat de Nederlands-Indische kwestie anno 2019 nog altijd de gemoederen bezig houdt. Het heeft me tevens nog meer verbaasd dat ik, na de oorlog geboren in Indonesië een vertekend beeld heb van mijn 'vaderlandse geschiedenis'. Sterker nog het is bijna geromantiseerd! Ik was het artikel alweer vergeten toen ik juist  enkele dagen geleden dit artikel deelde, een interessant artikel over het verdwijnen van de Indo-cultuur. Hierbij heb ik tevens verwezen naar een op handen zijnde evenement dat ik op 30 november organiseer!  Hoe actueel blijkt dan dit onderwerp nog steeds te zijn.... Dit jaar is het boek Het Onbeloofde Land van Paula Brunsveld-van Hulten gepubliceerd. Een roman over een klein blond Nederlands meisje, geboren in Surabaya, net als ik en als tiener naar Nederland teruggekomen. Zij schrijft over haar kindertijd ten tijde van de Japanse bezetting in Indië, de Bersiap, de repatriëring en de terugkeer naar Nederland. Haar vooronderzoek om dit boek te schrijven vormt een geweldig interessant relaas over de VOC tot en met het huidige Indonesië, met alle veranderingen en ontwikkelingen die daar tussen hebben plaatsgevonden. Toen ik dit aan mijn ouders vertelde, reageerde mijn vader met een opmerkelijke uitspraak: 

 "Ah... de echte Indo! Zo werden zij vroeger genoemd: In Nederland Door Omstandigheden!" 


Waaaaa..aaat???? Na al die jaren heb ik deze verklaring van Indo nog niet eerder gehoord! Wie het woord opzoekt komt net als ik op de uitleg dat Indo's halfbloed kinderen, geboren uit een Indonesische en Nederlandse ouder. Maar de verklaring van mijn vader dekte wel de lading. Hij noemde het Omstandigheden, ik noem het Ontwikkelingen. Niet om zaken te vergoelijken maar om meer objectief te zijn. 
Papa (geboren in 1932, nu dus 87 jaar) vertelde over zijn jeugd. Over het gezinsleven, de lekkernijen, de Hollandse school, de HBS, de stempel op zijn paspoort of identiteitsbewijs van weleer: Europeaan en vooral hoe hij genoten heeft van zijn enigszins 'onbezorgde' jeugd ten tijde van Nederlands-Indië, de Japanse bezetting, politionele aktie, de komst van "Bung Karno" (Sukarno, de eerste president van Indonesië). Mama vulde aan met haar ervaringen... Over het overleven als gezin met 12 kinderen wiens vader gevangen werd genomen omdat hij Nederlands sprak en dus verdacht werd van het helpen van de Nederlanders. Hoe haar moeder samen met haar oudste dochter in grote pannen kookten en hun waar aan de voordeur verkochten. Hoe mijn moeder en nog drie andere zussen eten stiekem verkochten aan de mensen achter het prikkeldraad ... het zogeheten Jappenkamp. Fantastisch ook te horen welke versnaperingen werden gemaakt met het weinige wat zij hadden, hoe uiteindelijk familierecepten tot stand kwamen én het gebruik van kruiden met medicinale werking die velen hebben genezen en zelfs hebben gered. Samen met mijn ouders wandelde ik mee down Memorylane ...  

Mijn ouders.... terugkijkend naar wat was... 

Nu ben ik zelf een kind van ná de oorlog. Verhalen over de oorlog ken ik amper. Verhalen van mijn ouders geven mij een ander beeld van de oorlog. 'Maar hebben jullie er dan niets van meegekregen, beleefd, gelezen of gehoord',  vroeg ik aan mijn ouders? Zij hebben het anders beleefd en anders ervaren. Mijn ouders hebben naar omstandigheden een redelijk onbezorgde jeugd gehad, veel geleerd van Hollandse nonnen en fraters. Aan de soldaten hebben zij herinneringen van stukken chocolade en sigaretten als betaalmiddel voor het eten die ze verkochten, nog vóór de Japanse bezetting. Beide opa's hebben gevangen gezeten ten tijde van de Japanse tijd. Gruwelverhalen van die tijd kennen mijn ouders niet. 'Je praatte daar gewoon niet over. En je liet het wel uit je hoofd om je vader daar naar te vragen!' luidde het antwoord van mijn moeder. Logisch, dat was vroeger zo en nog steeds in Indonesië... je behoort je ouders niet te bevragen, eigenlijk ook typische gewoonte in Indo(nesische) gezinnen en families.  

Even terugblikken naar het spreekwoord: 'Beter is het, geheel blind te zijn, dan een zaak van slechts één kant te bezien...' Het geeft nu een andere betekenis. Doordat mijn ouders weinig wisten, was dát precies de redenen waarom zij toch een enigszins onbezorgde jeugd hebben meegemaakt! Het deed me denken aan de Italiaanse film La vita è bella, waar tijdens de Tweede Wereldoorlog een Italiaanse gezin naar een Duits werkkamp werd afgevoerd. De man gelooft er heilig in dat hij de geestelijke gezondheid van zijn zoontje kan redden en gaat vastbesloten door met toneelspelen, zelfs wanneer ze in het kamp zijn aangekomen en keihard moeten werken.

 

Het verhaal van mijn ouders over de oorlogsjaren en de jaren daarna was een verhaal over geld verdienen door schriften en boeken te verkopen om een steentje thuis bij te dragen. Mama vertelde over slangen vangen voor de studie van de fraters, en daar kreeg ze dan mooie schriften voor, die zij op haar beurt weer kon ruilen bij de kruidenier. Papa had het druk om mensen te begeleiden voor een bezoek aan oma die middels geneeskrachtige kruiden mensen op de been kon helpen. Want het was ook een tijd van hongeroedeem, malaria en open wonden. Dat deden ze bij mijn moeder thuis ook, alleen meer voor de naaste buren. De verhalen kwamen los over de kennis van mijn beide grootmoeders, hun onmetelijke kennis van kruiden en de werking ervan. Over de geneeskrachtige werking van kunjit (kurkuma), tabaksblad, kruidnagel, gember, het blad van de papayaboom, de jambuboom en nog vele andere kruiden, het maken van jamu's  (een kruidendrankje die ik me kan herinneren onder het merk Nyonya Meneer) voor allerlei kwaaltjes en ziekten of juist om iets te bespoedigen, zoals een bevalling. Ik viel van de ene verbazing in het andere ... Wat een kennis hebben mijn ouders laten liggen! 

Maar zo ervaren ze dat niet.... het was gewoon een algemene kennis, daar deed je niets mee omdat iedereen het toch al weet. Iets wat je van huis uit hebt meegekregen, zoals antwoord geven met twee woorden en handen wassen voor het eten. Als een kind zó blij, hing ik aan hun lippen om nog meer verhalen te horen.... Inmiddels begrijp ik hoe de Nederlands-Indische kwestie volledig aan hun voorbij is gegaan. Overleven brengt immers andere prioriteiten met zich mee en aangezien beide opa's niet in het leger hebben gediend, was de reis naar Holland niet eens in hun opgekomen. 'Was dat verlangen er wel?' vroeg ik. 'Hoe kun je naar iets verlangen als je ziet hoe veel lieve mensen huilend afscheid nemen?', was het antwoord. En ogenblikkelijk herinnerde ik de terugkeer Mère Mathilda, vergezeld door een oudere zus van mijn moeder, mijn tante Annie die in het klooster Zr. Marie Germana heette, naar Nederland om haar laatste jaren in het klooster in Nederland te slijten. 

Mère Mathilda kan ik me nog heel goed herinneren. Ze was een stevige Totok (oer- Hoellands) met een perkament witte huid, die door haar verschijning en haar stem direct het respect van een ieder opeiste. Het was ook een stevige verschijning die als ze niet voor het kloosterleven had gekozen, beslist als een struise boerin een grote boerderij goed kon bestieren. Ze was al over de 80 toen ze in Boxmeer zich bij haar congregatie voegde en was nog steeds een imposante verschijning. Maar in korte tijd verloor ze haar glans en kwijnde daar weg. Totaal ontheemd en weinig tot geen contact met haar familie. Haar bezoeken was ook altijd herinneringen ophalen uit haar leven in Indonesië, maar we wisten dat het haar goed deed. En dus hebben we haar met enige regelmaat steeds bezocht.  Pas geleden leerde ik een 94-jarige vrouw kennen in De Grevelingen, van oorsprong een huis voor ouderen uit voormalig Nederlands-Indië. Hoewel er steeds minder mensen met een Nederlands-Indische achtergrond in De Grevelingen wonen, is de Indische sfeer nog altijd aanwezig. Deze Nederlandse vrouw geboren in Indonesië en heeft nog levendige herinneringen aan Malang, een stad waar mijn ouders hebben gewoond. Levendige herinneringen aan het eten, de eettentjes die zij bezocht, de smaak en geur ... Ik luisterde geboeid en kon haar herinneringen ook aanvullen omdat ik de stad Malang vaak genoeg als kind heb bezocht en later met mijn kinderen daar ook tijd heb doorgebracht tijdens vakanties en familiebezoeken. Wat mij heel erg heeft geraakt was de opmerking van deze oude dame, die na een gezellige ochtend keuvelen, plotseling enigszins geërgerd zei: "...nu woon ik al 70 jaar in dít land!" De afkeuring droop er vanaf! Nog altijd niet ‘thuis’ voelen in haar vaderland...  Gisteren was ik weer en kwam zoals afgesproken met kleine snacks: dadar gulung, pisang goreng en lemper bakar. Het allermooiste compliment kreeg ik van een mevrouw die toen ze na het proeven zei: 

‘Dit smaakt precies als toen ik het daar voor het laatst at... vlak voor vertrek in 1952” 

Holymoly .... toen was ik nog geen eens in de gedachten van mijn ouders! Hoe bijzonder om dit van zo dichtbij te maken... Ik wist dat eten mensen verbindt, maar nu maak ik het mee dat eten ook herinneringen naar boven brengt. Het zien van de twinkelingen in de ogen, het plezier in de stem bij het ophalen van herinneringen... het is onbetaalbaar! 

Jajan-jajan .... snacks: pisang goreng, dadar gulung en lemper bakar

Met mijn ouders heb ik een aantal keren reünies en Indische feestjes bezocht. De verhalen die ik daar hoorde waren meer in het verlengde van die van mijn ouders. Het is dan ook niet vreemd dat mijn beeld over die tijd niet overeenkomt met de verhalen uit de schoolboeken. Het feit dat oud KNIL-militairen niet veel vertelden over hun tijd in Indonesië was voor mij een gegeven. Als mogelijke oorzaak het terugkeren naar Nederland vlak na de Duitse bezetting vond ik het meest logische. Men was immers druk met zichzelf, de trauma, NSB, verraad etc. en na de oorlog de tijd van wederopbouw. 

Afgelopen zomer heeft mijn zoon zijn vakantie in Indonesië doorgebracht. Hij reisde zijn maatje tegemoet die een backpack vakantie zou eindigen in Indonesië om de plek waar haar opa gelegerd heeft gezeten, te bezoeken. Zij heeft dat aan haar opa beloofd. Opa heeft nooit er veel en uitgebreid over verteld, maar genoeg om de nieuwsgierigheid van zijn kleindochter op te wekken. Nu ze 20 is, heeft ze haar belofte ingelost en had veel vragen over de tijd van Nederlands-Indië. Voor haar vertrek heeft ze het nodige aan mijn ouders kunnen vragen, heeft ze in boeken kunnen lezen over de Nederlandse bezetting, de politionele acties maar het stilzwijgen van haar opa bleef haar fascineren.   

Het aantal oud-militairen die in Indië gediend hebben, is drastisch verminderd. De tweede, derde en soms al de vierde generatie na hun, hebben de vage herinneringen bewaard. De vragen blijven nog onbeantwoord. Het artikel uit augustus heeft het goed verwoord... De Indo-cultuur is aan het verdwijnen ... zowel de halfbloed generatie als de generatie van ‘In Nederland Door Ontwikkelingen’.  
Op zaterdag 30 november organiseer ik mijn allereerste evenement met een spreker én etentje. Dit doe ik om meerwaarde aan het woord Soulfood, in SylSoulFood, te geven.... de meerwaarde in termen van Food For Thought. Met bezieling creëer ik talloze gerechten voor een gezonde voeding, maar met Soulfood draag ik  bij aan een stuk bewustwording waarmee je jezelf voedt.  Samen met Paula organiseer ik voor een ieder die zich aangetrokken voelt tot een Indo en mogelijkerwijs nog vragen had willen stellen aan hun vader of opa! Vragen over vroeger of juist vragen om eigenaardigheden en gewoonten van jezelf of binnen het gezin beter te begrijpen.  En vanzelfsprekend zal na de lezing gelegenheid zijn om Indonesisch te eten! Waar? Heel toepasselijk in het Veteranen Ontmoetings Centrum (VOC) de Ouwestomp in 's-Hertogenbosch!   Voel je je aangetrokken tot dit onderwerp? Ken jij anderen uit je omgeving voor wie dit ook interessant kan zijn? Of ben je gewoon benieuwd en wil je de lezing bijwonen? Dat kan!! Vul het formulier onder deze pagina in onder vermelding van INDO en ontvang meer informatie.  Fijn om je persoonlijk te ontmoeten op zaterdag 30 november! 
 

 “Onthoudt goed de oorlog maakt dat je een vijand van jezelf bent! Mensen doen 'dingen' om te overleven, zowel de goeden als de slechten. Aan het eind trek je conclusie dar er nooit winnaars, alleen verliezers zijn!" ~ mijn papa 

03.01.2020

Wil jij een berichtje krijgen als ik een nieuwe blogpost heb?

Laat dan hieronder je naam en email adres achter.